biografie

biografie-beeldAafke Steenhuis is schrijfster en schilder. Ze is in 1946 geboren in Delfzijl. Ze studeerde in Groningen Nederlands en Spaans. Ze is getrouwd met Jan Joost Teunissen. In 1973 werkten ze in de landhervorming in Chili en schreven er hun eerste boek over. In 1974 verhuisden ze naar Amsterdam, eerst woonden ze in een tjalk in de Amstel, nu in een dijkhuis aan het IJ in Amsterdam-Noord. Ze hebben een dochter, Belle, en een zoon, Jannis. De ongrijpbare schaduw van de Tweede Wereldoorlog die op haar kindertijd lag, maakte dat ze al jong haar eigen tijd wilde begrijpen en zich voor de wereldpolitiek interesseerde.
Vanaf haar negende houdt ze een dagboek bij. Van 1974-1990 was ze redacteur voor cultuur en Latijns-Amerika van De Groene Amsterdammer. In 1991 was ze mede-oprichter van de Golfgroep, een discussiegroep van linkse intellectuelen die nog steeds maandelijks bijeenkomt en zich met internationale politieke thema’s bezighoudt. Ze zit in het bestuur van de Werkgroep Proza van de VVL, de Vereniging van Letterkundigen. www.schrijversenvertalers.nl. De meeste van haar boeken gaan over water en de zee. Zij is lid van de groep maritieme schrijvers, zie www.maritiemeschrijvers.nl.
Behalve schrijfster is ze ook schilder. Ze heeft particuliere teken- en schilderlessen gevolgd bij de schilder Ronny Abram in Amsterdam. Ze werd geïnspireerd door het Duitse expressionisme en door de Groninger schilderbeweging De Ploeg, en werkt meestal in gemengde techniek. Ze heeft twee boeken geschreven over de rivier de Eems, en er geschilderd. In talloze tekendagboeken legde ze het dagelijks leven om haar heen vast. De laatste jaren werkt ze aan een reeks tekeningen en schilderijen van het IJ in Amsterdam. Ze exposeert regelmatig en neemt jaarlijks deel aan de Atelierroute Boven ‘t IJ. www.openateliersnoord.nl
Ze geeft cursussen interviewtechniek aan het Centrum voor Communicatie en Journalistiek in Utrecht, en houdt regelmatig lezingen over haar werk.

 

Ode aan het IJ
een fragment
Het is voorjaar in Amsterdam.
Een schittering van licht kaatst op het IJ,
een briesje stuift over het water.
De groene golven klotsen opgewekt.
De hoge bouwkranen boven de stad knikken instemmend.
De vrolijke lentewind laat de bomen en struiken
op de oever de salsa dansen.
Daverend draven de treinen voorbij,
ze ontsnappen uit de overkapping van het station.
De roze en witte en lichtblauwe flatgebouwen
mijmeren over de lichtheid van het leven.
De Shelltoren heeft een strik op haar hoofd.
Op de steiger zitten verliefde stellen
en boven het water zeilen blinkende wolken.
Hey meisje op je hoge hakken,
Hey ouwe bootwerker, hey verdwaalde hond,
hey blonde moeder met je rimpel in je voorhoofd
en je blonde kindjes voor in de bakfiets:
ga je mee naar de overkant?
Het IJ is een glanzend plein
in het midden van de stad.